Eloquentia

In een eloquentiadebat probeer je als debater het publiek te overtuigen door in te spelen op de emoties van de toehoorder. Dit in tegenstelling tot Parlementair debatteren, waar de nadruk ligt op het overtuigen van de jury met rationele argumenten. Eloquentiadebatteren richt zich meer op stijl dan het Parlementaire debatteren, en wordt zo een heel eigen spelletje.

Een goede manier om tot het gevoel van de toehoorder door te dringen is het gebruik van vergelijkingen. Leg ingewikkelde problemen uit aan de hand dichter bij huis staande zaken. Ook retorische elementen als drieslagen, pakkende labels en dergelijke maken je verhaal sterker. Wat echter vooral telt is dat het taalgebruik beeldender moet zijn. Meer een verhaal dan een opsomming van argumenten. Teken een plaatje van de mooie wereld die jouw plan zal bewerkstelligen, of houd het publiek de verschrikkingen voor die het plan van je tegenstander zal bewerkstelligen.

Ook in een eloquentiadebat dienen er argumenten naar voren te worden gebracht en te worden onderbouwd. Een belangrijke maatstaf bij het beoordelen van debaters zal de mate zijn waarin hun argumentatie een rol heeft gespeeld in het debat. Het soort argumenten waarmee een debater scoort zijn echter van een ietwat andere aard dan bij een Parlementair debat. Bij een eloquentiadebat zijn de belangrijke argumenten de argumenten die mensen emotioneel raken. Je scoort dus niet met een geweldig correcte economische analyse, maar wel met de uitleg waarom de rijken in Nederland zielig zijn bijvoorbeeld.